Posts tonen met het label fictief uit het leven gegrepen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fictief uit het leven gegrepen. Alle posts tonen

22 oktober 2013

Asa Blumendahl (pseudoniem) fragment!

Lieve,


Ik vind het heerlijk om tussen de bomen te dwalen. Omringd door het kleurenpalet van warme tinten. De frisse wind ruist tegen mijn kaken aan. En de zon schijnt verdoken. De aarde heeft de bloemen ingeruild voor een alles bedekkend kleed van bladeren. Ze dwarrelen een voor een naar beneden. En vullen langzaam aan de bodem alsof het een puzzel is.

Mijn handen voelen wat koud aan. Verder op zie ik een oude man. Hij wandelt moeizaam. Maar hij is vastberaden zijn eerste herfstwandeling te verduren. Af en toe stopt hij en kijkt hij omhoog. De wolken wantrouwend. Vervolgens gaat hij weer onbevallig verder op pad. Op het bankje aan de oude boom zit een koppeltje. Hun ogen verraden alles. Een eekhoorntje snelt weg wanneer een hond haastig achter een stok aanloopt.

Herfst ... misschien wel mijn geliefkoosde seizoen.
 
 
Al mijn liefs,
A.B. xxx

26 mei 2013

En zo zaten ze daar bij elkaar (5)

En ze mijmerden wat ...
 
A: Meestal voel ik me onwenning als ik iemand voor de eerste keer ontmoet. Ik durf ze niet in de ogen te kijken of ik vermijd elk fysiek contact.
B: Meestal als ik iemand voor de eerste keer ontmoet, en ik voel me op mijn gemak, dan weet ik haast meteen dat we een mooie langdurige vriendschap tegemoet gaan.
A: Doorheen de jaren zijn vriendschappen vervaagd. En meestal voel ik me daar wel okee bij. Maar er zijn ook keren waar het aan me vreet.
B: Hmm.
A: Ik blijf maar denken aan dingen zoals wat is het laatste waar we over spraken, waar zijn ze nu mee bezig, zijn ze gelukkig, hebben ze de liefde leren kennen, ...
B: Hmm.
A: Ik durf me zelf de vraag te stellen of ze beter af zijn zonder mij... Weten dat mensen die je ooit graag zag, die belangrijk voor je waren, ineens niet meer van je moeten weten en het hen koud laat hoe het met je gaat, moet wel een van de ergste gevoelens zijn. Beangstigend.
...
A: Je wil wel wensen dat wanneer je elkaar weer tegenkomt, je de handen weer naar elkaar kunt uitreiken, je weer een weg voor hem of haar kan openen naar je leven. Maar tegelijk weten we beide dat het nooit hetzelfde zal zijn.
B: Ook al weet je dat er mensen zijn die van je houden, we houden ons toch vaak onbewust bezig met de mensen die dat niet doen.
A: Vreemd... Ik wou dat er iemand was waar ik alles aan zou kunnen vertellen. Echt wel alles. Dingen die ik mezelf zelf niet eens zou durven toevertouwen. Ik heb nooit iemand gehad die steeds voor me klaar stond, waar ik veel aan kwijt kon, die me nergens over veroordeelde, die me nergens over beoordeelde...
B: Zou ik die persoon kunnen zijn?
A: Zou je ze willen zijn?
...
- op de achtergrond speelde Devendra Banhart's Santa Maria De Feira af -
...
 

13 januari 2013

En zo zaten ze daar bij elkaar (4)

Die avond in café 'Vogelvlucht'.

A: Zoudt ge mij missen?
B: Hoe bedoelt ge?
A: Zoudt ge mij missen als ge mij nie meer zoudt zien?
B: Gaat ge weg?
A: Nee, tuurlijk nie, maar zoudt ge mij missen?
B: Ik weet nie.
A: Hoezo ge weet nie?
B: Alléja, ik vind da zo'n raar vraag.
A: Ik zou u nochtans missen.
B: Echt?
A: Ja, tuurlijk.
B: Ik u ook wel denk ik.
...
B: Blijft ge nog efkes?
A: Ja.

C: Excuseer?
D: Ja?
C: Kennen wij elkaar?
D: Ik denk het niet *stapt weg van de bar en zet zich aan een tafeltje*.

E: Ik moet jullie wat vertellen.
F: Hebt ge weer geld nodig?
E: Het gaat daar niet ...
F: ... U moeder en ik hebben besloten de geldkraan toe te draaien.
E: Pa, het gaat daar ...
F: ... Er zijn grenzen, jongen.
G: Uw vader heeft gelijk, schat. Zo ineens stoppen met uw werk en waar denkt ge dan uw kosten mee te betalen?
F: Wij moeten daar niet voor op draaien. Niet meer.
E: Maar ...
F: Al die jaren hebben wij ons suf en kapot gewerkt voor jullie. Krijgen wij daar iets voor terug? Neen, enkel grotere kosten.
G: Windt u toch niet zo op, lieveling.
F: Zegt gij het hem dan! Het geld groeit niet op onze rug.
E: Ik ben ...
G: Uw vader heeft gelijk hè, jongen.
F: Natuurlijk! Het is beter dat we u gerust laten en u plan er mee laten trekken!
E: Ik ben ... ernstig ziek.

H: Ge hebt een vlek op uw mouw.
I: Oh.

Op het einde van de avond gingen de lichten uit, de deur toe en iedereen trok huiswaarts. De volgende dag zouden andere gesprekken het café vullen ...

02 augustus 2012

En zo zaten ze daar bij elkaar (3)

*Telefoon rinkelt*
A: Hallo.
B: Hallo.
A: Hallo, ja?
B: Ja, hallo.
A: Met wie spreek ik?
B: Met mij.
A: Ah zo.
B: Wat bent u aan het doen?
A: Wat ik aan het doen ben?
B: Ja.
A: Euh ...
B: Heeft u het momenteel druk?
A: Euh ...
B: Bent u met iets bezig?
A: Euh ... ik was ... excuseer, maar ken ik u?
B: Daar ben ik niet zeker van.
A: Hoezo?
B: Wij hebben elkaar misschien al eens gezien.
A: Misschien?
B: Ja, ik weet dat toch ook niet met zekerheid.
A: Hoezo?
B: Een mens komt zo veel volk tegen in zijn leven.
A: Ah zo.
B: Maar u ging zeggen waar u mee bezig was.
A: Ik?
B: Ja. U zei 'ik was', maar vervolledigde uw zin niet.
A: Nee?
B: Nee.
A: Meneer, ik weet niet wat u ...
B: 'U' creërt zo een afstand, vindt u niet?
A: Ik ga u moeten laten meneer.
B: Ah dan toch met iets bezig?
A: U bedoelt?
B: Volgens mij bent u een bezige bij.
A: Pardon?
B: U heeft het te druk voor een gesprek?
A: Meneer, ik ken u helemaal niet.
B: Dat is geen probleem hoor.
A: Meneer, wat wilt u nu eigenlijk?
B: Ik?
A: Ja?
B: Oh, niets.
A: Ah zo.
B: Ja.
*Telefoon wordt neergelegd*

25 oktober 2011

En zo zaten ze daar bij elkaar (2)

A: Ze heeft gevraagd of ik eens wou langskomen.
B: Wie?
A: Zij. Ge weet wel. Dé vrouw.
B: Ah. Zij.
C: Vrouwen. Wie snapt er nu iets van. Die zeggen wat ze niet willen bedoelen. En bedoelen wat ze niet zeggen. 
A: Ik ga stomme dingen zeggen. Ge gaat dat zien. Elke keer. Ik ben compleet van de kaart als ik haar zie. Dat komt niet goed, vriend. Dat dat niet goed komt.
B: Gewoon uzelve zijn. Niet zo nerveus. En geef ze wat complimenten hier en daar. Works everytime, gast.
A: Kunde gij wel zeggen.
C: En nooit kunt ge goed doen hè. Eenders wat ge antwoordt, nooit goed.
B: En wanneer?
C: Ze vroeg of ze schoon was in dat kleedje. Ik zeg 'amai nog niet, uw vormen komen er nogal schoon in uit'. Niet doen. Kleine tip. Begint ze daar te tieren van 'vindt ge mij te dik?', 'heb ik een dikke poep, is het dat dat ge zeggen wilt?', 'ben ik te gevormd?','vindt meneer dat ik te veel snoeperij eet misschien?', 'maar meneer mag wel drinken hè, altijd maar gaan drinken met zijn vrienden'.
A: Morgen.

...

A: Man, wat een weer buiten!
Zij: Ge zijt helemaal nat.
A: Tot op mijn sokken.
Zij: Blijft daar maar effe staan ...
A: ... Een paraplu is nog niet zo slecht, maar ge moet hem kunnen open houden natuurlijk.
Zij: Hier, een handdoek.
A: Met dat klimaatsverandering ding ... ge kunt er niet meer op rekenen.
Zij: Kom, blijf daar niet staan, zet u.
A: En die paraplu's ... stevig maken ze ze ook niet meer. Ik vroeg het nog tegen die man 'kan het wat tegen wind?, 'ja ja' zei hij. Maar ge ziet hè ... weer een miskoop. 'Weer een'. Haha. 'Weer'... Nee? Paraplu, weer, hét weer ... hehe mja ... he ... hmm ... Ge woont hier schoon.
Zij: Wilt ge iets drinken?
A: Bah ja, wat hebt ge zoal in huis?
Zij: Koffie, fruitsap, cola, pintje, misschien nog wat ander bier, porto, wijn, ...
A: Thee is goed.
Zij: Ok, ik ben zo terug. Doe ondertussen maar alsof ge thuis zijt.
A: Zoals toneel, hehe, alsof, ... hmm ...
A: ... Hallo.
Zoon: Hmm.
A: Ijverige jongen.
Zoon: Hmm.
A: Aan het tekenen?
Zoon: Hmm.
A: Zou ik niet kunnen.
Zoon: Hmm.
A: Uw moeder is schoon als ze lacht.
Zoon: Excuseer?
A: Uw moeder ... schoon is ze, als ze lacht...
Zoon: ...
Zij: ... Hier.
A: Alstublieft ... euh ik bedoel dankuwel.
Zij: Gaat het wel?
A: Jaja, waarom niet? ... Leuke zoon heb je.
Zij: Ja ... lieve jongen ... ik heb het getroffen.
A: Ik vind mij schoon als ge lacht.
Zij: Excuseer?
A: Euh, u schoon, wilde ik bedoelen. Gij zijt schoon. Ja. Als ge lacht.
Zij: Oh, danku, dat is lief.
A: Ja.

...

18 september 2011

En zo zaten ze daar bij elkaar (1)

A: ik droom veel, geloof ik.
B: 's nachts?
A: en overdag ...
C: narcolepsie!
A: ... alsof mijn leven zich in een droom vermengt.
B: interessant. Je raakt verloren in de realiteit bedoel je?
C: een neurologische afwijking gekenmerkt door onweerstaanbare perioden van slaap.
A: ja, alles lijkt onwerkelijk soms. Wil ik het zo, gebeurt het anders. Wil ik dit, krijg ik dat. Alles is niet wat het lijkt. Zoals dromen. Ik droom dus veel ... Geloof ik.
C: hebt dat ergens gelezen. Ooit.
A: wat?
C: narcolepsie.
B: dat is niet dromen, dat is leven. Geloof mij.
A: leven ...We zouden bij de geboorte een handleiding moeten krijgen. Zo dat we op alles voorbereid zijn. Zo dat wat ik wil is hoe dat ik het wil. Dat ik dit krijg als ik dit wil en niet dat.
C: wat een woord ook eigenlijk ... narcolepsie.
A: ge kiest uw leven zelf zeggen ze. Ze zeggen dat altijd. Met al die hindernissen? Volgens mij kunt ge maar zestig percent van uw leven kiezen. Een mens moet altijd compromissen sluiten. Ook al was dat het plan niet. Dus.
C: ze hebben zelf een woord voor mensen die te lange woorden gebruiken. Voor alles hebben ze een woord. Al gehoord dat woord?
B: ge denkt te veel vriend. Ge moet niet overal betekenissen achter zoeken. Denken maakt een mens kapot. En dat maakt het leven ook niet prettig. Met te veel na te denken verliest ge ook al een tien percent eigen keuze.
A: vijftig percent dus. De helft. Ongelooflijk.
C: sesquipedalian. Is Engels. Ik denk niet dat er een nederlands equivalent voor bestaat.
B: wil ik nog eens hetzelfde bestellen?
A: ja, je doet maar. Nee. Toch niet. Dat is jouw keuze. Ik wil mijn keuze.
B: jij koos daarnet die Palm toch?
A: maar die is al op, nu wil ik geen Palm meer. Jij wil nog een Palm voor mij halen. Maar ik niet. Nu wil ik een ... een cola. Ja, nu een cola. Ik maak mijn eigen keuzes wel.
B: ...  *lichte zucht* ...
C: zal ik eens moeten opzoeken.
A: wat?
C: wel, dat woord.
A: welk woord?
C: dat zei ik toch net? Luister jij dan nooit naar de conversaties? Je zou haast denken dat jij steeds zit te dromen.
A: ik droom veel, geloof ik.