Posts tonen met het label recensie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label recensie. Alle posts tonen

13 september 2015

Concertmeisje

Donderdagavond was het in de Bozar te doen. Na een resem voorbij gevlogen jaren, trad eindelijk Sufjan Stevens hier in België op. En ik mocht daar bij zijn. Na een hectische voorverkoop, had ik toch nog een ticket kunnen bemachtigen. Ik als een reus zo blij.
 
 
 
Sufjan bracht er voornamelijk zijn laatste album 'Carrie & Lowell'. Een intense plaat vol intieme songs over de haat en liefde verhouding met zijn moeder, Carrie, die een paar jaar geleden stierf. 
Een plaat met mooie liedjes verpakt in droefheid met een hartverwarmende sound en hartverscheurende teksten. De melodrama blijft gelukkig achterwege. Sufjan neemt hierop afscheid van een achtervolgende geest uit het verleden met zijn kenmerkende fluisterstem ... Ik vind het misschien wel de mooiste plaat van 2015.
 
Hij vervolledigde zijn prachtige set met parels uit het verleden, zoals John Wayne Gacy, Jr., To be alone with you, en een afsluiter van formaat, Chicago. Een versie zo schoon dat ik misschien wel een traantje wegpinken moest ... met de prachtig terecht rakende zin 'I made a lot of mistakes ... in my mind, in my mind.'


 (Mijn dank gaat uit naar Thomas omdat hij de juiste nummers weet te filmen!)
 
 
 
De momenten dat ik het meest enthousiast ben in mijn leven zijn de momenten na concerten. Het is verschrikkelijk fijn weliswaar! Zo ook die bewuste donderdag avond ...
 
 
SETLIST

Redford (For Yia-Yia & Pappou)
Death with Dignity
Should Have Known BetteR
Drawn to the Blood
Eugene
John My Beloved
The Only Thing
Fourth of July
No Shade in the Shadow of the Cross
Carrie & Lowell
The Owl & The Tanager
All of Me Wants All of You
Vesuvius
Blue Bucket of Gold

ENCORE
Concerning the UFO Sighting Near Highland, Illinois
Futile Devices
To Be Alone With You
John Wayne Gacy, Jr.
For the Widows in Paradise, for the Fatherless in Ypsilanti
Chicago


17 oktober 2014

Concertmeisje "There's poetry in every moment of the day"

Photo: © Matteo de Mayda
 
Woensdagavond sloot ik mijn Scandinavische zomer af in de Botanique. De Noor Erlend Øye, de bekendere helft met de zijdezachte stem van het duo Kings of Convenience en frontman van the Whitest Boy alive, trad er op met zijn band The Rainbows, bestaande uit twee Italianen en een stel Ijslanders.
 
Onlangs bracht de man met de grote bril een nieuwe plaat uit, 'Legao'. Een plaat voor de liefhebbers van de akoestische Kings of Convenience sfeer en de mellow indie van The Whitest Boy Alive. Kortom een must listen! And yes it is!
 
Beetje jazzy, beetje indie pop, beetje reggae, beetje IJslandse invloeden, beetje folk, beetje akoestisch,... Maar dat alles dan op z'n Erlends.

Woensdagavond was een feestje. Dat kan ik je wel vertellen. En dat je er niet bij was valt volledig jezelf te verwijten. Ik, in ieder geval, was blij er bij te mogen wezen. Absoluutjes.

Energiek, muzikaal, plezier. Dat zijn drie kernwoorden die me te binnen schieten als ik terug denk. Een goed opgebouwde set die om meer vroeg. En meer kregen we ook. Tot driemaal toe verscheen de band na afscheid opnieuw en brachten ze het publiek juichend van muzikaal genot nog een nummer. Mijn voeten hadden het dan ook meteen geweten. Stil staan was hier een hele avond geen optie. Bij het laatste nummer vond Erlend dat hij zijn band mee mocht bejubelen. En zo gebeurde. Hij sprong tussen het publiek, en stond vlak naast ons mee te shaken op zijn band's dansbare melodieën.
 
In al mijn eerlijkheid wil ik wel meedelen dat ik op voorhand het nieuwe album nog niet echt beluisterd had. Hier en daar eens nummertje. Maar ik had er alle vertrouwen in dat het een geslaagd concert zou worden. We spreken hier immers van Erlend Øye. Met zo'n stem en muziekverleden kan men al niet veel slechts doen, denk ik dan. En zowaar. Ik had gelijk.
Nu, twee dagen laters, heb ik al wat nummers bijna letterlijk plat gedraaid. Zo gaat dat dan.
 
Tip van de dag! Rainman. Met de prachtige zin 'loving you, is like waiting for the rain to come'.
 
 
Het klonk woensdag een beetje zo:
 

 

 

 
 
Setlist: Fence Me In, Lies Become Part of Who You Are, Say Goodbye, Garota, Save Some Loving, Bad Guy Now (Erlend lost track of the of the lyrics after two verses and restarted the whole song), Dico Ciao, Peng Pong, Siggi, Rainman, Remind Me (Röyksopp cover), Upside Down, La Prima Estate.
Encore: Cavatina, Who Do You Report To, Whistler.
Encore 2: Sapore di sale (Gino Paoli cover), Every Party Has A Winner And A Loser.
Encore 3: Golden Cage (The Whitest Boy Alive song).


21 juni 2014

Concertmeisje en het kortste verslag ooit.

Vorige zaterdag ging ik naar Elbow in Paleis 12. Een concertzaal waar ik voor het eerst binnentrad. Een te grote zaal voor een intiem concert misschien? Maar voor Elbow was dit geen probleem. Guy Garvey (de Regi van de betere muziek (krijgt iedereen met de handen in de lucht zwaaiend)), charismatisch als ie is, kreeg het publiek bij elk nummer mee in de wereld van Elbowse muziek. Zo vergat je dat je tussen honderden man stond. Het was een ronduit fantastisch concert. "One day like this a year, would see me right”.
 
En op het einde van de avond stuurden ze je naar huis met een glimlach op het gezicht ...
 

Setlist Charge / The Bones of You / Summertime /  Fly Boy Blue / Lunette / Real Life (Angel) / The Night Will Always Win / New York Morning / The Loneliness of a Tower Crane Driver / Great Expectations / Scattered Black and Whites / Mirrorball / The Birds / Grounds for Divorce /My Sad Captains / Starlings / Lippy Kids / One Day Like This

09 juni 2014

Concertmeisje

Ik volgde de muzikale weg van Damien Jurado al wel wat jaren, maar af en toe dwaalde ik al eens van het pad af. Wat zonde is. Deze man blijft een muzikaal talent en schenkt ons als maar meer schone nummertjes. Dinsdag avond was niet anders.
 
Het was in de AB te doen. Boven. Klein, gezellig en redelijk intiem. Het voorprogramma werd verzorgd door Kim Janssen. Een Nederlandse jongeman waar ik nog niet echt eerder van had gehoord. Ik werd al meteen op de vingers getikt door metgezel dat dat wel ging om één van de betere singer-songwriters van Nederland. En zo bleek.
 
 

En zoals dat wel met wat meerdere singer-songwriters gebeurt, was ik eigenlijk toch wel best snel weg van zijn stem. Hij stond er alleen. En eerlijk gezegd had ik ook best genoeg aan hem en zijn gitaarspel. Ik kon er niet om heen. Zijn stem en melodieën wisten me te raken. Ingetogen en kwetsbaar. 
 
Na een paar eigen nummers gaf hij ons ook nog een cover waar ie bij vertelde dat de grote folk kenners en liefhebbers dit nummer normaliter wel gingen kennen. En ik moet zeggen, enige fier- en blijheid verwarmde me wel toen ik bij de eerste noot kon raden om welk liedje dit ging. 'Hang me, oh hang me' van Dave Van Ronk, ook wel te horen in de film Inside Llewyn Davis.
 
 
En toen werd het tijd voor Damien Jurado, die ook enkel stem en gitaar mee had gebracht. Zijn nummers kregen een akoestisch jasje aangetrokken met een mooie afwisseling van oude met nieuwe nummers in zijn welgekende melancholische stijl. Met zijn ogen dicht gepriemd en in opperste concentratie hing het publiek aan zijn lippen. Al hadden zijn vertelsels tussendoor wat minder samenhang en kon het bestempeld worden als van de langdradige soort. Het ging dan ook om de muziek. En daarin is hij met zijn missie alvast meer dan geslaagd. (Al moest ik dan wel Sheets missen. Een klassieker van formaat.)
 
 
  

13 mei 2013

Concertmeisje

Het staat vast dat in de top drie artiesten met de meeste platen hier in huis een zekere Mark Knopfler staat. De andere twee uit de top drie zouden hoogstwaarschijnlijk die twee andere gitaarhelden van de papa kunnen zijn. Al komt mijne Jeff Buckley misschien toch nog redelijk dichtbij. Maar het record is moeilijk na te streven. Echt. Beneden, boven, in de garage, een album van die drie komt u altijd wel tegen.
 
Dus ja, het was uiteraard eens tijd dat ik de liefhebber meenam naar een concert. Iemand moet het doen hè *knipoog* Al was ik er zelve maar al te gaarne bij. Door de jaren ook wel een redelijke liefhebber van de heer Knopfler geworden. Als u wil kan ik zelf heel Sultans of Swing meefluiten. Moest u dat willen.
 
Dit jaar was het dan zover. Al in november stond het op de kalender geschreven. 12 mei Mark Knopfler Sportpaleis. En we waren paraat.
 
© alex vanhee.
 
In de auto zei ik nog dat hij zeker dat en dit en dat en dit nummer moest spelen. Wel drie van de zes speelde hij. Ben ik wel tevreden mee, als je weet dat die man solo en met Dire Straits een repertoire heeft van hier tot ginder. Maar met het nummer dat ik écht absoluut live wou horen begon hij zijn set. Ine enthousiast van de eerste noot. Uiteraard. What it is. En ik kan hier nu ook een heel blog schrijven over het feit dat de man weinig van zegges is en dat er schermen mochten staan met vergroot beeld, en dat de kwaliteit van het geluid net wat beter mocht, en dat ie best wat langer had mogen spelen. En ik kan u ook een heel nauwkeurig kritisch tot in detail toe recensie schenken. Maar neen, ik doe dat niet, want ik ben al content dat ik muzikaal genot heb mogen beleven. Misschien toch één puntje van kritiek - 't is dat we het moeten leren - als laatste bisnummer en tevens dus afsluiter mocht er na 'Piper to the end' toch een hit als Brothers in Arms ofzo (ik zeg maar wat) het sportpaleis ingepalmd hebben. Want nu bleef het even heel donker en ik maar hopen op een terugkomst en een bisbis. Maar het bleef stil en dan gingen toch die lichten aan. Nefast voor mijn feestvreugde.
 
Opvallend: ik voelde me jong. Het viel me op dat leeftijdsgenoten die er dan toch aanwezig waren vergezeld waren van een ouder, twee ouders, in ieder geval mensen die de jaren zeventig en tachtig bewust(er) hebben meegemaakt. Tja, ben gezegend met een goede smaak voor de goede oudere muziek zeker? *knipoog* (verwijzing naar recensie Focus).
 
Minder: ge hebt toch altijd wel mensen die moeten klappen op momenten dat er niet geklapt moet worden, of hun hels gefluit moeten bovenhalen, of die denken op de rodeo te zitten (swat eerlijk te bekennen, ik denk ook eens van ieehaaa bij paniek-op-de-prairie-muziek maar ik ga dat dan ook niet luidkeels gaan roepen. Nee.)
Achter ons zaten - duidelijk- de hollandse Statler en Waldorf heel de tijd hun eigen kijk op het concert te geven. Was irritant, maar ook wel ietwat grappig, enkel omdat ik aan de muppetfiguurtjes moest denken.   
 
Ik kan echt geen recensie schrijven. Moet ik toch maar weer vaststellen. Ik doe nochtans mijn best. Ik hoop dan ook dat u dat merkt. En apprecieert. En dan ook nooit verwacht een recensie à la De Morgen of Focus te mogen lezen. Daarvoor stuur ik u beter door naar de betreffende sites zelve. (Maar keer dan toch ook eens weder hè.)
 
Uiteindelijk: ik vind het straf dat na al zo'n lange carrière de heer Knopfler nog steeds zo'n sportpaleis vol lopen doen kan. Hij verdient het dan ook. Gitaarspelenderwijs zit het hem nog altijd uitstekend in de vingers.
 
Ine's hoogtepunten: What it is, Privateering, Romeo and Juliet, Sultans of Swing, Postcards from Paraguay, Telegraph Road, So far away, ... en de rest eigenlijk ook ...
 
 
 
Wat is het toeval dat je te voet op weg naar sportpaleis achter net dezelfde vier Nederlanders loopt waar je na het concert ook weer achter loopt op weg naar de auto? Gek vond ik dat, als je weet hoeveel man daar wel aanwezig was.
 
*zet Mark Knopfler's jongste plaat 'Privateering' nog eens op*

10 maart 2013

Concertmeisje

Het is nu bijna twee weken geleden en nog steeds heb ik mijn verslagje niet kunnen schrijven. Niet omdat de tijd mij voorbij streeft, maar omdat ik het gewoon niet in woorden gegoten krijg. Nog steeds niet ... Het was niets dan verbijsterende schoonheid. Zo iets kan je niet omzetten in woorden, zo iets moet je voelen, zien en horen. Vooral horen.

Op facebook schreef ik al 'Sigur Ros is even verdwijnen en opgeslorpt worden in een compleet andere (schone) wereld :-) ... *zweeft nog steeds doorheen die magie en feeërieke waas*'. Toch wel de essentie van de avond.
 
Mijn tranen waren zelden afwezig. Al bij het eerste nummer stond het traanvocht te trillen in mijn ogen. Het belemmerende haast mijn zicht. Al was dat zo erg niet, omdat ik enigzins toch niet helemaal in de zaal van Vorst Nationaal aanwezig was. Maar een beetje in een wereld die werd gecreëerd en voorgesteld door kleurrijke klanken en magische melodieën. En daar heb je vooral je oren voor nodig. Mijn hele wezen kreeg het pas heel moeilijk toen het werd doorboord met de schone fragiele klanken van Varud. Daags nadien hoorde ik Jonsi nog steeds Vaaaaaaaruuuuuud als een echo in mijn hoofd weerklinken.

Een avond die je zou moeten inkaderen en aan de muur hangen. Zodat je af en toe weer heel de avond al zinderend van muzikaal genot een beetje herbeleven kan.

01 februari 2013

Niets is onmogelijk

Na vorige stukken - Titus Andronicus, Bij het kanaal naar links, Oblomow - van Lazarus en Olympique Dramatique gezien te hebben kon ik het volgende gisterenavond in Brussel absoluut niet missen. Gisteren morgen kwam ik tot besef dat ik begod eigenlijk niet eens wist wat de titel was of waar het over zou gaan. (Dat was trouwens bij het vorige toneelstuk van het zelfde geval.) (Ik heb zo van die vreemde trekken, ja.) Ik wist wie meespeelde en dat was voor mij al een doorslag genoeg. Eén voor één geweldige acteurs die men nu eigenlijk overal op tv wel ziet maar op het toneel toch nog net meer tot hun recht komen als acteur. (Een extraatje voor wie in een lijstje geinteresseerd zou zijn, hier mijn top vijf vlaamse tv/toneel acteurs; Stijn Van Opstal, Johan Heldenbergh, Geert Van Rampelberg, Koen De Graeve, Titus De Voogdt/Joris Van den Brande (allen nog beter op de planken dan op het scherm).

'Niets is onmogelijk.'


Een bewerking van de door Nikolaj Erdmanin in 1928 geschreven De Zelfmoordenaar; "een satirische deurenkomedie over het tragikomische lot van een treurige onnozelaar". 


Een langdurig werkloze man, Semjon Semjonovitsj Podsekalnikov, probeert tijdens het Sovjetregime een job te vinden en teert ondertussen op het loon van zijn vrouw en de huishoudelijke hulp van zijn schoonmoeder. Na enkele verwoede pogingen om een nieuwe stiel te leren, drijft de wanhoop hem bijna tot zelfmoord. De geplande, maar steeds uitgestelde, zelfmoord blijkt voor bepaalde groepen en individuen lucratief te zijn. Ze willen Podsekalnikov verheffen tot martelaar. Ze kunnen hem gebruiken als propaganda tegen het bestaande regime, voor persoonlijk geluk of onder andere als verdediger van de kleine zelfstandige. Als je sterft, kan je maar beter iemand beschuldigen voor je gaat, klinkt het.
Zo krijgt Podsekalnikov opnieuw een bestaansreden. Al is ze hier maar van korte duur. Deze historie zou intriest zijn, mocht ze niet zo hilarisch zijn. ‘Niets is Onmogelijk’ is een echte deurenkomedie geworden. En neem het gerust letterlijk: vijf deuren op scène waarmee geslaan kan worden, op gestampt en geklopt. Slapstick, flauwe grappen, subtiele en minder subtiele taalmopjes overheersen de voorstelling. De mannen en vrouwen op scène doen het met stijl. - Cobra.be
Met: Charlotte Vandermeersch (vervanging van Ruth Beeckmans), Goele Derick, Pieter Genard, Günther Lesage, Ryszard Turbiasz, Joris Van den Brande, Stijn Van Opstal en Geert Van Rampelberg.


Gelachen heb ik, van de eerste tot de laaste zin. Ik niet alleen, heel het zaaltje genoot en de acteurs genoten van het spelen. Mooi om zien. Toneel. Niet zo strak als een film of serie. Improvisatie ter plekke en zowel bij het gezelschap van Lazarus als Olympique Dramatique gaat het er losjes aan toe en is het geen toneelstuk stijf en strak gehouden door een regisseur die de touwtjes hangend aan de acteurs bespeelt. Eerder we doen ons ding, loopt er iets fout of anders spelen we er wel meteen op in. En dat doen ze goed.

Nefast aan toneel is het feit dat je het nadien niet als een dvdeetje in het schuifje plaatsen kan om het nogmaals te kunnen zien.

23 december 2012

The Hobbit

Ik dacht dat ik misschien op een paar momenten schrik zou hebben, maar totaal niet. De reusachtige spinnen zijn waarschijnlijk voor de twee volgende jaren. Whoee sidder en beef alvast. Al kwamen ze heel even in beeld, maar het viel bijlange zeer goed mee. *Fiere op zichzelve.* Ik heb voornamelijk moeten lachen. (Niet met die spinnen weliswaar, maar met de film in zijn geheel.) Echt waar. Er stak enorm veel humor in. Toch wel een ietwat andere aanpak dan met The Lord of the Rings. Ligt hoogstwaarschijnlijk ook wel aan de cast. Martin Freeman is geknipt voor de rol van Bilbo Baggins. En de dwergen zijn stuk voor stuk ook goed gecast. De film duurde 2u44 lang, maar het mocht voor mij zelf nog ietwat langer zijn. Ik zat zo in het verhaal dat ik na twintig minuten niet door had dat mijne halve liter sprite al geheel opgedronken was. Gelukkig was er dus even een pauzeke, want mijn blaas moest geleegd worden, hij zou voor minder, wou ik het tweede deel nog pienter mee op pad kunnen met de dwergen.

Heb een favoriete dwerg! Hihi. (Ik blijf eenmaal een vrouw.) Wie dacht dat dwergen niet knap konden zijn? Zie hier; Fili en Kili. De rechtse mag bij mij ook eens onverwacht aan de deur staan. *naughty wink* At my service. (Volgens mij is hij zijn dwergenvermomming vergeten of waren de kostuums enkel per dozijn te verkrijgen. Maar we klagen dus niet.)


Een maand of twee geleden vroeg een ex-collega me nog elke week eens 'heb je de hobbit al gelezen?', terwijl ik in de lach schoot en hij daarop begreep dat ie inderdaad die vraag al gesteld had. Maar dat heb ik dus, paar jaren geleden. Een exact aantal kan ik niet meedelen. maar dat zou dan ook geen nut hebben.  Maar ik ga hem nog eens herlezen, want er zijn flarden uit mijn geheugen verdwenen en wachten tot 2013 en 2014 is nu voor een zeer ongeduldig persoon wel ietwat lastig. Echt wel. *Trappelt al van ongeduld* 
Smaug de draak heeft nog niets gezegd. Dju toch. Ik keek al uit om nog eens Mister Cumberbatch zijn stem te mogen aanhoren. Het enige wat hij in zijn tweede rol als 'necromancer' riep was 'Radagaaaaaastttttt'. Ach allemaal geen interessante weetjes voor u, mijn lezers, waarschijnlijk.

Nog één nutteloos weetje dan. Iets dat ik grappig vond. Bert de Trol vroeg aan Bilbo Baggins wat een inehobbit was (Enkel grappig in de Nederlandse vertaling uiteraard. En enkel grappig voor mezelve waarschijnlijk ook. Anyways. Ik zou mischien nog glanzen in een rol van hobbitvrouwtje.)

Confession to make: Ik heb een zwak voor donkerharige mannen met een ietwat kwade blik.

05 november 2012

Concertmeisje en het kortste verslag ooit

Ik zou u willen zeggen dat Grizzly Bear geweldig was. Dat de avond nòg beter was dan al de voorbije concertavonden. Dat ik nog nooit zo'n muzikale live ervaring heb meegemaakt. Maar helaas zou ik liegen moest ik dat werkelijk doen. Niet omwille dat Grizzly Bear ronduit slecht was. Nee, dat zal ongetwijfeld absoluut niet waar zijn geweest gisterenavond. Maar omdat mijn gezondheid mij een gemene streek heeft gelapt. Ie heeft me zowaar een vieze infectie kado gedaan. Een besmettelijke dan nog wel. Ik hoest er zowaar mijn longen uit. Nu zit (eerder lig) ik hier in mijn eentje me te vervelen. En het is nog maar maandag. Moet tot vrijdag binnenzitten. Rusten. Ik ben van nature een zeer lui persoon. Maar rusten? Dat gaat niet. Ik moet iets om handen hebben. Anders slaat de verveling binnen een seconde toe. En ik zou vanalles in gedachten kunnen laten opkomen om te doen. Maar de uitvoering ervan? Dat laat mijn spierkracht me dan weer niet toe.
Nu ja, één positieve noot. Het concert was totaal uitverkocht. Dus heb ik gisteren nog iemand blij kunnen maken met mijn ticket. Dat is ook heel mooi. 

 
Ik kan al meteen een volgend concertverslagje uitbrengen. Dat van The Civil Wars. Dat ligt nu wel nog in de toekomst. Wel dat dacht ik toch, tot voor kort. Dit weekend hebben ze laten weten dat ze hun tour annuleren. Ook goed, dat.

28 oktober 2012

Concertmeisje

Glen Hansard Solo. Zegt ie dan. Hij stond nog nooit met zoveel volk op een podium. Zijn mannen van The Frames, drie mannen met blazers en drie strijkers (die had hij diezelfde dag nog leren kennen). Al gaf ie wel een gedeelte compleet solo met gitaar. Straf! Zo was het hele concert. Glen Hansard is een beest live, zeg ik u. Een emotioneel entertainers beest. Al wie er niet was had ongelijk. Feit! U heeft iets gemist die woensdagavond. Niet enkel Glen en the lads, maar ook Lisa Hannigan. Het voorprogramma, dat na afloop eerder al als een hoofdact voor me leek. Een avond met Glen zonder Marketa en Lisa zonder Damien. Ze kunnen zij het zonder evengoed.

Foto © Alex Vanhee
In feite kan ik gewoonweg een stukje herpubliceren van mijn recensie van het concert in de AB onder naam van Swell Season, twee jaar geleden. "Hij liet zich meteen emotioneel gaan zoals ik alvorens voorspeld had. Hij liet zich zelf zo hard gaan dat ik op een gegeven moment dacht 'ho hooo ni kwoad worre hè vriend!'. Intense man die Glenn en vol van vuur. Het beloofde een emotioneel bewogen avond te worden. Nummers over liefde die niet voorbestemd is en waarvan het afscheid pijn doet. Zijn grootmoe zou zeggen " tes toch e beteke een clowntje hè onzen Glenn". Want inderdaad hij wist in ieder geval het publiek goed te bespelen en zijn rol als entertainend frontman waar te maken. En ik vond hem best grappig. Erg grappig zelfs, ik heb zowaar veel moeten lachen en glimlachen."

Lisa Hannigan mocht mee op tournee met Glen en the lads. En daar was ze hen heel dankbaar voor vertelde ze ons. Zij niet alleen. Ik was ook best blij. Ze staat al een tijdje op mijn onzichtbare lijst 'wil-ine-eens-live-zien'. (Ha. Klinkt alsof het een lijstje is met mensen die mij eens live willen zien. Wat het niet is. Nogal wiedes. Van waar zou Lisa mij in hemelsnaam kennen. Ik denk niet dat ze weet dat ik tijdje Damien Rice platen (waar ze dus op te horen is) grijsgrijsgrijs heb gedraaid. En ik dus een liefhebster ben. Maar goed. Simpelweg gezegd, ik wou haar dus altijd al wel eens live zien/horen (dat laatste werkwoord voornamelijk).) Ze trad solo op. En meestal denk ik bij zo'n voorprogramma's dan 'ajaj als we maar wakker blijven voor de hoofdact'. Dat is helemaal geen probleem voor Hannigan. Ze wist me absoluut te boeien met haar prachtige frèle stem (klinkt exact als op de plaat én zo moet dat), haar teksten, haar melodieën. Lieflijk hoe ze daar zo stond. Niet met al te veel woorden zoals Glen. Eerder wat verlegen tegenover het grote enthousiaste publiek. Lang leve de verlegen mensen! (Ik ben er namelijk ook eentje.)

En dan kwam Glen met the lads (om in de Ierse sfeer te blijven) het podium op. Meteen een fikse start. Ik was verkocht. Den avond zou schoon worden. Den avond was achteraf ook schoon geweest. Daar hou ik van, mannen die hun helemaal geven. In emoties en muziek.

WORDT VERVOLGD

16 oktober 2012

Concertmeisje

Angus Stone stond vorige vrijdag op de agenda. In het groot rood geschreven en omcirkeld. Zijn zus Julia mag dan wel meteen de AB vullen, Angus zat er niet mee in het te stellen met een kleiner zaaltje, de Rotonde in de Botanique. Terecht. Qua sfeer is dat de perfecte plek voor zijn muziek (en hoe kleiner de zaal, hoe minder volk, hoe minder volk ik wegdenken moet).


Van het voorprogramma Joy Wellboy kan ik niet veel meer zeggen dan 'what the ...?' Ik weet niet aan welk spul die vrouw zit, maar de neveneffecten spreken voor zich. Mij serieus houden viel wat tegen. Ze zong grotendeels niet echt toon vast, haar dansstijl kan voornamelijk zeer excentriek genoemd worden,... terwijl hij, dan heb ik het over de man met gitaar die gebruik maakte van een sequencer waardoor je snel vergat dat hij er maar alleen met instrument ter handen stond, haar absoluut niet nodig had om een schone set neer te zetten. Zijn warme diepe stemklank deed me denken aan een mix van Mark Lanegan, Daan en Matt Berninger, en zijn gitaarspel was absoluut niet ondermaats te noemen.

Terug naar Angus. Angus en zijn zus behoren nu al bijna vijf jaar tot de geregeld gedraaide meute muzikanten die mijn cd-speler met vreugde weten te vullen. Ik zag ze al eerder samen optreden in de AB. Dit jaar kozen ze elk hun eigen gang te gaan. En dan moeten er in het leven ook keuzes gemaakt worden door mezelve. Ik had inderdaad naar beide kunnen gaan. Daar heeft u absoluut een punt. Maar er stond nog zo veel ander hoorbaar leuks op de lijst, dat er nu eenmaal harde knopen doorgehakt moesten worden. En Angus kreeg de voorkeur. (En neen, zeg, tuurlijk heeft zijn uiterlijk daar totaal niets mee te maken. Komaan zeg. Wat durft u nu toch te beweren. Zijn stem daarentegen. En zijn teksten. En zijn melodieën. En ook wel een beetje zijn drummer. Ook niet voor die reden die u denkt. Jeff Buckley's drummer. Dat zegt genoeg. Aah.) In zijn plaat hoor ik zo wat rasartiesten de revue passeren. Niets plagiaat, maar een zeer duidelijke referentie naar zijn muzikale, tevens ook de mijne, helden, zoals Neil Young, Paul Simon, Jeff Buckley, Bob Dylan, The Boss, en noem maar op. And I like that. Psychedelische folkrock noemt zijn genre. Al plak ik liever niets in vakjes. Ik zou het eerder beschrijven, als ik me dan toch eens aan een poging wil wagen, als geraffineerde folkliedjes met subtiele instrumentatie en luisterteksten, ietwat weemoedig. (Mensen luisteren in algemeen te weinig naar teksten vind ik, en concentreren zich voornamelijk op de melodie. Zonde vind ik dat. Want vaak zitten er parels van teksten bij.)

Ik heb het geprobeerd, echt waar, om hier een perfecte recensie neer te schrijven. Maar het lukt me niet. Sorry. Ik kan maar enkel zeggen dat ik weer zeer tevreden was bij afloop van het concert. Met een glimlach liep ik buiten. De muzikale mannen met lange haren en baarden gaven me weer een schone avond. Ligt dat aan mijn gemakkelijkheid? (Sommige mensen vinden mij gemakkelijk, anderen niet. Dus daar valt over te discussiëren.) Ben ik gewoon niet kritisch ingesteld? ... Al heb ik klaarblijkelijk wel het bisnummer en tevens schoonste nummer van de avond moeten missen, Draw your swords. Awoert aan de treinurenregelaars.

14 juli 2012

Concertmeisje en mannen uit het Zuiden

Dat het zomer is, valt moeilijk te geloven als je een blik achter de gordijnen gunt. Af en toe lijkt het 's morgens wel het best die gewoon toe te laten, want qua seizoensoriëntatie ben ik compleet het noorden kwijt. Maar het is dus wel degelijk juli. En juli betekent festivals en tonnen tonnen tonnen muziek. En die tonnen tonnen tonnen muziek zorgen dan toch ietwat voor een zomerse sfeer. En om die sfeer op te snuiven begon ik met een dagje Couleur Café, om vervolgens weekje later op Beleuvenissen op een terrasje van The Levellers te genieten ... en we zijn bijlange nog niet bij het eind.

Donderdagavond trok ik mijn zuiders temperament aan, want de trein zou mij leiden naar Brussel, meer bepaald de Marollen. Met mijn ticket op zak ging ik richting Vossenplein. Geen vossen te zien, maar wel mannen met zuiderse look. En Ine zou Ine niet zijn moest ze dat zich gewoonweg laten passeren. La Troba Kung-Fu en Manu Chao. Maar mannen zijn mannen en muziek is muziek. En ik ging voor de muziek. Uiteraard. Zei ze dan. Er achteraf nog bij.


Het voorprogramma was me een complete verrassing. Terwijl het nota bene ikzelf wel was die het een maand of twee geleden nog kwam vertellen dat het van hoera was omdat het La Troba Kung-Fu was. Vreemde vergeetachtigheid. Het is me wat. Maar goed, dat doet er nu niet toe. Wat er wel toe doet was de ambiance. En die was groot. Zeer groot. 

Ik ken mezelf, in het midden tussen een grote menigte voel ik me niet op mijn gemak. De beste plek is vooraan of wel op kant, vanachter zou ook kunnen, maar dan zie ik niets en kan ik beter thuis naar een live plaat luisteren. En op kant is ook maar op kant, dus vooraan was de missie. Missie geslaagd. Bring it on met die Barcelonezen, Ine is er klaar voor. En ze kwamen. Vingen aan. Deden meteen mijn voeten bewegen. Vervolgens mijn benen. Mijn heupen. Mijn hele lichaam liet zich voeren door de muziek. RUMBAAAAA. Och en af en toe die sexy look van de Muchacho Gypsy deed ook wel wat. Maar focus Ine, focus, het gaat over de muziek remember. Juist ja. Ze hebben mijn favoriet nummertje gespeeld, Volant. Dat ik trachtte mee te zingen in mijn beste Spaans. Maar mijn beste Spaans is ook al niet meer wat het was.

Dit boek nog es bovenhalen

Om negen uur was het dan tijd voor de man in kwestie, Manu Chao. Begon er al meteen tien minuten vroeger mee. Hij was in vorm. Hij en zijn nieuwe band, La Ventura, speelden heel de avond de nummers die hem tot dé Manu Chao maakte. Clandestino, Mr Bobby, Welcome to Tijuana, Bongo Bong, Desaparecido, Me Gustas Tu, Mala Vida, ... Met een stuk of vier, vijf bisrondes bleven ze het feestje enthousiast verder bouwen. Van in het begin tot het einde bewoog de massa op het volle plein schoon op het ritme van Manu en band. - Kleine noot: dronkemannen, zatte venten en andere beschonken volk, gelieve in het vervolg wel  rekening te houden met de kinderen die zich tussen de massa bevinden. Iedereen wil plezier. - Voor de rest was het een zomers avondje zoals het moest zijn! Zuiderse ritmes, heupgedans, openlucht en een portie ingebeelde zonneschijn. 

Meer van dat graag! Maar dan met echte zonneschijn. Zomer laat u zien. En verberg die tranenregen alstublieft.

22 november 2011

Concertmeisje en haar jaarlijkse afspraak in Antwerpen

Aha! Tijd voor Crossing Border! Dit jaar werden er twee dagen ingepland. Jammer genoeg moet er dan een keuze gemaakt worden. En keuzes maken is nu niet van mijn strafste kant. Maar gekozen heb ik. Uiteindelijk. Zaterdag is het geworden. De dag van Dry the River en Other Lives.

Een perfect schema zo bleek. Drie artiesten die ik omcirkeld had bleken op hetzelfde podium te spelen weliswaar. Al is er zoveel keus waardoor je nadien wel misschien graag stukjes van die andere artiesten had meegepikt. Maar ik had niet te klagen over mijn avondje. Goed begin en een schitterend einde. En dan heb ik het niet over Pieter Embrechts die ineens achter mij bleek te staan. Alhoewel. 

Continental Upstairs. De plek waar ik een fijne avond zou beleven. Beginnende met Dry the River. De band die ik nog op Pukkelpop zou gezien hebben, waren de omstandigheden toen anders gelopen. Een uurtje zouden zij energierijk hun songs ten horen brengen. Na een dikke 35 min stapten ze jammer genoeg het podium al af. Nefast voor de feestvreugde, ik kwam er net goed in. Anyways het was kort en goed! Nog geen debuutplaat. Daar is het nog even wachten voor tot volgend jaar. Graag.


Na Dry the River even wat rondlopen en op zoek naar wat ander muzikaal vertier. Frank Turner. Een feestje voor de kenners. Duidelijk te merken. Ze hadden precies ook de enthousiasteling van bij elk optreden meegebracht. Ook duidelijk te merken. Ik kende Frank Turner en zijn band nog niet. Het gaf me de sfeer van een Schotse pub. En een hele lange avond voor de boeg. Schenk nog maar eens een whiskietje bij. En op het einde zingen we allemaal van 'the wild rover' ... Zatjes. Maar gelukkig ... Of dit werkelijk zo eindigde weet ik niet, want mijn curieuziteit lonkte naar Lanterns on the Lake. 

Lanterns on the Lake lokte meer luisteraars als Dry the River. Enigzins verbaasde mij dat wel. Ik had dan ook wel wat meer volk verwacht bij de de vijf gasten van Dry the River. Ach kijk minder volk betekent minder geroezemoes. Geroezemoes stoorde wel het einde van de set van Lanters on the Lake. En dat viel hen ook op, maar ze lieten zich er niet door kennen en gaven zich volledig. Van de eerste song tot de laatste werden we meegevoerd door hun muziek die als het ware ons in een film van eigen fantasie toe liet. Bijna symfonische melodietjes waar bij elk detail niet ongehoord werd. Geen band die je absoluut gezien moet hebben, maar ik was er wel graag bij. 

Misschien toch nog een stukje Joan as Police Woman gaan bekijken in afwachting van hét muzikaal moment dacht ik. Maar jammer genoeg was de zaal net vol. De jongeman aan de deur kreeg dat net diezelfde seconde te horen. Hoe toevallig. Daar gaat mijn kans om uit te vissen of Jeff Buckley niet stiekem een zogezegd Elvis Preslieke heeft gedaan. En nu als onbekende in zijn verloofde's band speelt. Dat had wat geweest. Stel u voor. Ik was het niet te boven gekomen zeg ik u.






















Hoogtepunt van de avond was ongetwijfeld Other Lives. Geen grote ego's die een podium bestijgen, geen groot gedoe. Maar bescheiden, down to earth mannen en vrouw die doen waar ze goed in zijn. Ons verblijden met hun muziek. Hun hart en ziel delen met de fans. En fans waren er. Ze traden misschien net in een té klein zaaltje op, maar geen mens die zich daaraan stoorde. Hun muziek nam ons meteen in beslag en liet ons niet meer los tot het einde, dat voor velen misschien wat te vroeg kwam. De singles For 12 en Tamer Animals waren dan misschien wel de hoogtepuntjes van de set, maar ook Black Tables uit hun eerder repertoire, solo gezongen en gespeeld door zanger Jesse was indrukwekkend mooi. Allereerste concert van de Amerikanen in België. Dat ze maar gauw wederkeren. Beslist. (Ohja heb stiekem de plectrum van de rechtse man op de foto meegepikt. Niet dat ik het niet beleefd vragen wou, maar ie was al snel weg. De viool of trompet ging misschien wat opvallen. Dus die heb ik wijselijk laten liggen. Al was de verleiding groot. Wie zet er nu dan ook een xylofoon plat voor mijn neus met andere instrumenten bovenop. Ik heb me dan maar beperkt tot het aanraken van elk.)

13 oktober 2010

The Coral


De jongens van de veelkoppige band, The Coral, zijn terug met een nieuwe plaat, Butterfly House. Ongeremd jaren zestig sfeer. Een beetje van The Beatles, een beetje van The Byrds, een beetje van Buffalo Springfield, een beetje van The Beach Boys, een beetje van The Hollies, ... Moest je aan een niet-kenner wijsmaken dat deze plaat decennia eerder is gemaakt, ze zouden je nog geloven ook. Butterfly House laat een nostalgische en melancholische waas over je heen vloeien. De magie van de jaren zestig wordt hier weer even opgeroepen en de rustige, harmonieuze melodietjes vullen de ruimte met vreugde. The Coral klinkt beter dan ooit. Opgetogener en hun zelfvertrouwen duidelijk opgekrikt.



22 september 2010

Robert Plant


Meneer Plant is absoluut nog lang niet versleten. Zowel vocaal als muzikaal brengt Robert Plant (muzikale held onder mijn muzikale helden) met Band of Joy, eerste soloplaat in vijf jaar, ons weer een plezier voor het oor.
Tijdens de eerste luisterbeurt van de eerste song 'Angel dance' begon ik me al af te vragen of het werkelijk een grootse ramp is dat ik het idee van nooit Led Zeppelin live aan het werk te zien moet laten varen. Ik durf nu niet te bekennen dat zijn soloplaat immens veel beters is dan een LZ reünie, maar het is in ieder geval een geweldige plaat.
De titel van de plaat verwijst naar de band waar hij met Bonham deel uit van maakte alvorens het uitgroeide tot Led Zeppelin.

Zowel invloeden van zijn bandperiodes als zijn Britse folk roots zijn te horen. Maar de plaat ligt toch voornamelijk in de lijn van vorig solo werk. Plant heeft gekozen voor een plaat met materiaal van anderen (wat wel wat jammer is, maar toch te aanvaarden eens het resultaat beluisterd te hebben). Los Lobos, Low, Richard Thompson, ... Er staat ook één eigen geschreven nummer op, namelijk 'Central two o nine'.

Band of Joy is een plaat die moet groeien. Bij elke luisterbeurt wordt de appreciatie een beetje groter. Hoewel meneer Plant zoiezo al appreciatie van mijnertwege genoeg krijgt. Absoluut. Volgende keer wat meer eigen materiaal Robert, en ik ben nog meer opgetogen.

Ine's favorietjes op de plaat: Angel dance, Central two o nine, Silver rider

(Maar djeez hoe ouder ze worden hoe duurder. Sorry mister Plant maar ik zal er jammer genoeg niet bij kunnen zijn. *snik*)